Partnerpensioen
Bij overlijden van uw werknemer heeft de partner van uw werknemer recht op partnerpensioen.
Partner
Onder ‘partner’ wordt verstaan:
- de echtgenoot of echtgenote van uw werknemer
- degene met wie uw werknemer een geregistreerd partnerschap heeft
- degene met wie uw werknemer een notariële samenlevingsovereenkomst heeft, waarin staat dat beide partners een gezamenlijke huishouding voeren en voor elkaar zorgen. Daarnaast moeten beide partners op hetzelfde adres bij de gemeente staan ingeschreven
Verder geldt: om in aanmerking te komen voor partnerpensioen ná uw pensionering moet het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de notariële samenlevingsovereenkomst vóór pensionering zijn aangegaan.
Opbouw
Jaarlijks bouwt uw werknemer 1,575% partnerpensioen op over de pensioengrondslag. De pensioengrondslag is uw jaarloon op grond van de Wet financiering sociale verzekeringen (loon Wfsv) minus de franchise. Over het gedeelte van het loon boven het maximumloon Wfsv bouwt uw werknemer geen pensioen op. Het meest actuele maximumloon Wsfv vindt u in het premieoverzicht bij Premies.
Hoogte bij overlijden vóór pensionering
Als uw werknemer overlijdt, is de werksituatie op het moment van overlijden bepalend voor de hoogte van het partnerpensioen:
- werkt uw werknemer tot het moment van overlijden in de bedrijfstak, dan ontvang de partner het te bereiken partnerpensioen op basis van Pensioenregeling 2004. De nabestaande partner van de werknemer krijgt dan: het opgebouwde partnerpensioen tot 2006 + het partnerpensioen dat de werknemer zou hebben opgebouwd vanaf 2006 tot 62-jarige leeftijd
- werkt uw werknemer op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak, dan ontvangt de partner het opgebouwde partnerpensioen
Hoogte bij overlijden na pensionering
Als uw werknemer na zijn of haar pensionering overlijdt, ontvangt de partner het partnerpensioen dat de werknemer tijdens deelname aan het pensioenfonds heeft opgebouwd.
Partnerpensioen uitruilen voor ouderdomspensioen
Heeft uw werknemer geen partner of heeft de partner zelf een goed inkomen of pensioen? Dan kan het partnerpensioen geheel of gedeeltelijk worden uitgeruild voor een hoger ouderdomspensioen. De eventuele partner moet daar wel schriftelijk toestemming voor geven. Het partnerpensioen wordt dan lager of vervalt helemaal, maar daar staat een hoger ouderdomspensioen tegenover. Is er eenmaal voor uitruil gekozen? Dan kan dit later niet meer worden teruggedraaid.
Ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen
Binnen deze pensioenregeling is het ook mogelijk ouderdomspensioen uit te ruilen voor een hoger partnerpensioen. Het ouderdomspensioen wordt dan lager, maar daar staat tegenover dat de partner na overlijden van de werknemer recht heeft op extra partnerpensioen. Is er eenmaal voor uitruil gekozen? Dan kan dit later niet meer worden teruggedraaid.
Bijzonder partnerpensioen
Bij beëindiging van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of notarieel samenlevingscontract heeft de ex-partner na overlijden van de werknemer recht op een deel van het opgebouwde partnerpensioen. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Dit pensioen is gelijk aan het partnerpensioen dat uw werknemer heeft opgebouwd tot de beëindiging van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel samenlevingscontract. De ex-partner moet zelf het bijzonder partnerpensioen aanvragen. Als het pensioenfonds in bezit is van de gegevens van de ex-partner, wordt automatisch een aanvraagformulier toegestuurd.