Overgangsmaatregel
Vanwege overheidsmaatregelen is de prepensioenregeling per 1 januari 2006 gestopt. Een bepaalde groep werknemers komt in aanmerking voor extra pensioen uit een overgangsmaatregel: een compensatie voor het wegvallen van dit prepensioen. Hierdoor blijft het mogelijk om vóór het 65ste jaar te stoppen met werken.
Voorwaarden
Uw werknemer heeft recht op extra pensioen als hij of zij:
- geboren is in de periode 1950 tot en met 1981
- én zowel op 31 december 2003 als op 1 januari 2004 deelnam aan de pensioenregeling van het Levensmiddelenbedrijf
- én tot en met 2020 of tot eerdere pensionering onafgebroken deelnemer is aan de Pensioenregeling Levensmiddelenbedrijf. Bij voortijdige dienstverlating, overlijden of ontslag vervalt het recht op extra pensioen
Extra pensioen
Door de compensatie en de verhoogde pensioenopbouw in de Pensioenregeling 2006 beschikt uw werknemer over extra pensioen. Met dit extra pensioen heeft hij of zij twee mogelijkheden:
- het pensioen eerder in laten gaan; ofwel eerder stoppen met werken dan het 65ste jaar
- een extra hoge pensioenuitkering ontvangen vanaf het 65ste jaar
Hoogte extra pensioen
Werknemers die gebruik maken van de overgangsmaatregel ontvangen vanaf het moment van pensioneren (de exacte leeftijd vindt u in de 'Tabel uittredingsleeftijden') tot aan de 65-jarige leeftijd 80% van het loon dat zij in 2005 ontvingen als extra pensioen. Als dit tenminste volgens de fiscale wetgeving is toegestaan. Voorwaarde is wel dat al het extra opgebouwde ouderdoms- en partnerpensioen (dat wat uw werknemer meer opbouwt dan in Pensioenregeling 2004), inclusief het opgebouwde prepensioen, wordt gebruikt om de tijd tot 65 jaar te overbruggen.
Het bestuur streeft ernaar het extra pensioen jaarlijks te verhogen volgens het toeslagbeleid. Kijk voor meer informatie over het toeslagbeleid bij Verhoging van pensioenen.
Let op: dit extra pensioen stelt het pensioenfonds beschikbaar op 31 december 2020. Als uw werknemer eerder met pensioen gaat, ontvangt hij of zij het extra pensioen direct bij pensionering. In bepaalde situaties is de overgangsmaatregel niet of gedeeltelijk van toepassing. Meer hierover leest u in de Vrijwaringsclausule overgangsregeling.
Start uitkering
Werknemers die in aanmerking komen voor extra pensioen uit de overgangsmaatregel kunnen in principe met 62 jaar en vier maanden met pensioen. Wanneer uw werknemer de compensatie gebruikt om eerder met pensioen te gaan, gelden de uittredingsleeftijden in de tabel.
Tabel uittredingsleeftijden
| Als u w werknemer is geboren in: | dan kan hij of zij met pensioen op leeftijd: |
| 1950 | 60 jaar en 10 maanden |
| Januari of februari 1951 | 60 jaar en 11 maanden |
| Maart of april 1951 | 61 jaar |
| Mei of juni 1951 | 61 jaar en 1 maand |
| Juli of augustus 1951 | 61 jaar en 2 maanden |
| September of oktober 1951 | 61 jaar en 3 maanden |
| November of december 1951 | 61 jaar en 4 maanden |
| Januari of februari 1952 | 61 jaar en 5 maanden |
| Maart of april 1952 | 61 jaar en 6 maanden |
| Mei of juni 1952 | 61 jaar en 7 maanden |
| Juli of augustus 1952 | 61 jaar en 8 maanden |
| September of oktober 1952 | 61 jaar en 9 maanden |
| November of december 1952 | 61 jaar en 10 maanden |
| Januari of februari 1953 | 61 jaar en 11 maanden |
| Maart of april 1953 | 62 jaar |
| Mei of juni 1953 | 62 jaar en 1 maand |
| Juli of augustus 1953 | 62 jaar en 2 maanden |
| September of oktober 1953 | 62 jaar en 3 maanden |
| November 1953 tot en met december 1981 | 62 jaar en 4 maanden |