Partnerpensioen
Bij uw overlijden heeft uw partner recht op partnerpensioen.
Partner
Onder ‘partner’ wordt verstaan:
- uw echtgenoot of echtgenote
- degene met wie u een geregistreerd partnerschap hebt
- degene met wie u een notariële samenlevingsovereenkomst hebt, waarin staat dat beide partners een gezamenlijke huishouding voeren en voor elkaar zorgen. Daarnaast moeten beide partners op hetzelfde adres bij de gemeente staan ingeschreven
Verder geldt: om in aanmerking te komen voor partnerpensioen ná uw pensionering moet het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of de notariële samenlevingsovereenkomst vóór uw pensionering zijn aangegaan.
Opbouw
Jaarlijks bouwt u 1,4% partnerpensioen op over uw pensioengrondslag. Uw pensioengrondslag is uw jaarloon minus de franchise. Over het gedeelte van het loon boven het maximumloon Wfsv bouwt u geen pensioen op. Het meest actuele maximumloon Wsfv vindt u in het premieoverzicht bij Premies.
Hoogte bij overlijden vóór uw pensionering
Overlijdt u vóór uw pensionering, dan ligt de berekening van de hoogte van het partnerpensioen aan uw werksituatie op het moment van uw overlijden:
- als u tot het moment van overlijden in de bedrijfstak werkt: het te bereiken partnerpensioen op 62-jarige leeftijd
- als u op het moment van overlijden niet meer in de bedrijfstak werkt: het opgebouwde partnerpensioen
Hoogte bij overlijden na uw pensionering
Als u na uw pensionering overlijdt, ontvangt uw partner het partnerpensioen dat u tijdens uw deelname aan het pensioenfonds hebt opgebouwd.
Partnerpensioen uitruilen voor ouderdomspensioen
Hebt u geen partner of heeft uw partner zelf een goed inkomen of pensioen? Dan kunt u het partnerpensioen geheel of gedeeltelijk uitruilen voor een hoger ouderdomspensioen. Uw eventuele partner moet daar wel schriftelijk toestemming voor geven. Het partnerpensioen wordt dan lager of vervalt helemaal, maar daar staat een hoger ouderdomspensioen tegenover. U kunt hiervoor kiezen wanneer u uit dienst gaat en ook wanneer u met pensioen gaat. Nadat het ouderdomspensioen is ingegaan, kan het niet meer worden teruggedraaid.
Ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen
Binnen deze pensioenregeling is het ook mogelijk ouderdomspensioen uit te ruilen voor een hoger partnerpensioen. Uw ouderdomspensioen wordt dan lager, maar daar staat tegenover dat uw partner als u overlijdt recht heeft op extra partnerpensioen. U kunt hiervoor kiezen wanneer u uit dienst gaat en ook wanneer u met pensioen gaat. Nadat het ouderdomspensioen is ingegaan, kan het niet meer worden teruggedraaid.
Bijzonder partnerpensioen
Bij beëindiging van het huwelijk, het geregistreerd partnerschap of notarieel samenlevingscontract heeft uw ex-partner na uw overlijden recht op een deel van het opgebouwde partnerpensioen. Dit wordt bijzonder partnerpensioen genoemd. Dit pensioen is gelijk aan het partnerpensioen dat u hebt opgebouwd tot de beëindiging van het huwelijk, geregistreerd partnerschap of notarieel samenlevingscontract. Uw ex-partner moet zelf het bijzonder partnerpensioen aanvragen. Als het pensioenfonds in bezit is van de gegevens van uw ex-partner, wordt automatisch een aanvraagformulier toegestuurd.